Een van de bijzondere eigenschappen van lsd is dat het al bij het innemen van extreem kleine hoeveelheden (25 microgram) een psychoactieve, hallucinogene werking vertoont. Lsd veroorzaakt sterke trips. Gedurende de trips is de gebruiker bij bewustzijn en lichamelijk fit. Lsd veroorzaakt bij de meeste gebruikers sterke visuele hallucinaties, diepe gedachten, de tijdsperceptie verandert en er is sprake van synesthesie (bijvoorbeeld kleuren horen of geluiden zien). Ook is er sprake van een opkomen van vergeten herinneringen of een nieuwe interpretatie van eerdere (levens-)ervaringen. Lsd wordt in het algemeen als een non-toxische (niet-giftige) stof beschouwd. Voor mensen die er aanleg toe hebben kan de drug aanleiding geven tot psychoses, en ze wordt als gevaarlijk beschouwd voor mensen met psychische klachten zoals depressiviteit of schizofrenie. Een trip kan een zeer intense ervaring zijn, en kan soms gepaard gaan met paniek en angst. Vaak wordt dit veroorzaakt doordat de gebruiker het gevoel heeft het contact met de realiteit te verliezen, of zich probeert te verzetten tegen de invloed van het product en er zich niet met overgave kan aan toevertrouwen. Verslaving aan lsd is van psychosociale aard. Lsd is niet lichamelijk verslavend; er is dus geen ontwenning met fysieke verschijnselen.